Hemels Brood 6674

Gisteren

Maandag
24 juni 2019

Meer Hemels Brood:
www.hemelsbrood.nl

Het gaat op aarde vooral om besef, om zuiver werkelijk waar levensbesef, het besef dat leven niet het eigen opgewekte leven is, maar Mijn leven aan alle mensen uit Mij aan hen gegeven. Het gaat erom dat alle mensen, in de vrijheid van het persoonlijk zijn, tot het besef komen dat Ik hun Levensbron, hun Schepper ben van waaruit zij leven, en dat de zelfstandigheid die zij daarbij gekregen hebben niet van oorsprong zomaar ontstaan is, maar specifiek uit Mij gegeven is.

Want zo is het gegaan dat Ik de zeven geesten uit Mij gewekt heb om tot vermeerdering te komen, waarbij één geest de volledige gelijkenis met Mij in zich heeft gekregen, maar zich niet gedragen heeft gelijk Mijn Goddelijke Wezenlijkheid, in de veronderstelling dat zijn zelfstandigheid ook zijn eigen goddelijke autonomie buiten Mij kon zijn, wat eeuwig niet mogelijk is, omdat buiten Mij niets is en hij in het niets tot niets verloren zou gaan. Daarom heb Ik de aarde met al wat erop en eromheen is en de mens geschapen en deze geest in de materie van het niets gebonden, zodanig, dat het voor hem in de mens mogelijk is om tot het besef te komen dat ieder leven, al is het zelfstandig, al is het persoonlijk, onveranderlijk toch altijd Mijn Leven is en blijft.

Zo is Mijn Leven de mens gegeven, waarmee hij de zelfstandigheid als eigen persoonlijk bestaan kan ervaren en op de aarde verblijvend tot het besef van Mij, zijn Schepper en Levengever kan komen en daarmee tot de ware geestelijke wezenlijkheid kan komen, die hij van oorsprong gelijk aan Mij is, zonder Mij te zijn, en hij de eeuwige gelukzaligheid van Mijn werkelijke leven in alle vrijheid kan aannemen. Alleen is het daarbij aan de mens om Mijn leven aan te nemen in de ware houding, welke alleen in de nederigheid van het afstaan van zijn autonomie tot werkelijkheid kan komen. Omdat de mens dat in zijn hoogmoed en daardoor zwakte niet zal lukken, ben Ik, uit liefde voor hem, de aan Mij gelijkende geest in de mens, die Mij niet is, maar denkt Mij te zijn, Zelf in de mens Jezus Christus op aarde gekomen en heb Ik datgene volbracht wat nodig was om de mens te redden van de eeuwige dood, welke het eeuwige niets is, en hem uit die dood tot Mijn werkelijk Goddelijk onveranderlijk Leven terug te brengen.

En zo gaat het er nu om, dat jullie allemaal tot het besef van Mij, Mijn leven, Mijn liefde en haar wijsheid, Mijn volkomen volmaakte Enige Goddelijke Wezenlijkheid komen en jullie gelijkheid aan Mij gaan herkennen, in het besef Mij niet te zijn, maar in alle vrijheid Mij te leven, dat is, de ware eeuwige gelukzaligheid van Zijn, onlosmakelijk verbonden met Mij en in alle vrijheid en zelfstandigheid werkelijk te zijn.