Hemels Brood 7009

Gisteren

Zondag
24 mei 2020

Meer Hemels Brood:
www.hemelsbrood.nl

Ik heb al eens gezegd dat de natuur de spiegel is voor de mens, voor wat de mens doet en vanwaaruit hij tot de ontdekking kan komen wat zijn ware leven bedoeld is te zijn. Nu zijn er mensen die vinden dat de wreedheden die in de dierenwereld voorkomen een aanwijzing zijn dat Ik een wrede God zou zijn. Maar het tegendeel is waar.

Gezien in de geestelijke betekenis vertegenwoordigt elk dier in zeker opzicht het doen en laten van de mens, datgene wat hij denkt, wat zijn overtuigingen zijn, hoe hij handelt, vanuit welke motivatie hij handelt, enzovoorts. Daarbij spelen de verschillende motivaties uit liefde en uit het tegenovergestelde van liefde een grote rol. Er zijn dieren die van plantaardig voedsel leven en er zijn dieren die zich voeden met andere dieren, door die te doden en op te eten, en dat gaat er in de ogen van mensen nogal eens wreed aan toe. Toch is daar ook een vergelijking met de mens, want de manier waarop mensen met hun medemensen omgaan is in meerdere opzichten zeker ook wreed te noemen. Het hele dierenrijk is in zijn doen en laten te vergelijken met het doen en laten van de mens. Waarbij het gemoedelijke gedrag van een mens gezien kan worden als het gedrag van dieren die zich plantaardig voeden en het meer agressieve gedrag van mensen overeenkomt met dieren die zich met andere dieren voeden. Waarbij het sterkere dier een zwakker dier tot voeding neemt, terwijl het ook bij de mens de sterkere mens is die de zwakkere mens overheerst, tekortdoet, bevecht, enzovoorts.

Zo is er een ordening in het verloop van de dierenwereld die vergelijkbaar is met het hiërarchisch verloop bij de mens. In de Bijbelse geschriften wordt gesproken van partikelen die na de dood van dieren zich samenvoegen tot een hogere diersoort met een verloop omhoog tot de vorming van de mens, als een soort van kringloop die voortdurend doorgaat. Alleen, dat heeft vooral een geestelijke betekenis, die veel verder gaat dan dat. Want zie, het doen en laten van de mens is zijn vrijheid, en in die vrijheid gebeuren liefdevolle werken en zijn er wreedheden. Is de mens dan in zijn wreedheden gelijk de wrede dieren en is dat een teken dat Ik geen liefde zou zijn? Nee, want het is de vrijheid van de mens om voor of tegen Mijn liefde te kiezen.

Van het begin af aan heb Ik gezegd dat de mens de heerser is over de dieren, maar hoe Ik dat bedoeld heb, is niet begrepen door de mens. De mens gebruikt nu de dieren zoals hij dat wil zonder de overeenkomst met zijn eigen doen en laten te zien, hij doodt en eet of gebruikt de dieren en denkt dat dat als heerser over de dieren zijn recht is. Daarbij zijn er mensen die in Mijn leer geloven, die denken daarbij te weten dat hij sommige dieren wel en andere dieren niet mag eten vanwege de reinheid of onreinheid van dieren, omdat daarover geschreven staat in de Bijbel. Maar de ware betekenis van wat er geschreven staat ligt in het geestelijke, het onreine heeft te maken met het gedrag van de mens, wat door een dier weerspiegeld wordt. Daar ligt dan ook wat bedoeld wordt met het heersen over de dieren, het is het heersen over wat zich in de mens roert ten goede of ten kwade. Wanneer een mens zich enigermate niet naar ware liefde gedraagt, heeft dat onaangename, oplopend tot wrede gevolgen voor medemensen. Dat is te vergelijken met het gedrag van dieren ten aanzien van hun aard, van zachte aaibare dieren tot wrede dieren.

Het doodgaan van een dier is het stoppen van een overeenkomstig gedrag bij een mens. Het samengaan van de partikelen van gestorven dieren in de uiteindelijke vorming van een mens is slechts het geestelijk te begrijpen verloop van de geestelijke groei van de mens op aarde tot de ware in liefde volkomen volmaakte mens. Want zie, de partikelen, zoals dat uitgelegd wordt in de Bijbelse geschriften, komen tot elkaar door de werking van Mijn liefde in de mens en zo is het ook de werking van Mijn liefde die alles wat een mens doet of laat dienstbaar maakt aan de groei van die mens tot de volkomen volmaaktheid die hem waarlijk tot mens maakt in totale liefde, Mijn liefde, Mijn leven. Wie dit begrijpt, die begrijpt dat de partikelen waarover gesproken wordt alleen als beeldspraak bedoeld zijn, om uitleg te geven aan de verschillende fasen van groei in de mens tot volmaakt leven voor de mens, wat uiteindelijk geheel zonder enige materie volmaakt leven is. En zoveel cellen en moleculen, enzovoorts, er zijn, zoveel verschillende fasen doorloopt de ziel van de mens in een eigen bewustheid van bestaan, hem dienstbaar gemaakt door Mijn wijze liefde, tot hij die volmaakt liefdevolle wijze werkelijk levende mens is, gelijk Mijn beeld en gelijkenis.

Zo verloopt de innerlijke groei bij de mens en is de kringloop in het dierenrijk de spiegel voor de mens om zijn eigen verloop in geestelijke zin te gaan zien en begrijpen. Waarbij het doen en laten van de mens als een combinatie van dieren gezien kan worden in zijn aard, maar dan alleen in de geestelijke zin. En elke wreedheid die een mens begaat, is in zijn vrijheid zijn eigen keus en heeft daarmee niets te maken met Mij en de eeuwig onveranderlijk ware volmaakte wijze liefde Die Ik Ben en waarmee Ik alle mensen tot het ware eeuwig gelukzalige in ware liefde volkomen volmaakte leven voor altijd leid.