Vandaag
Dinsdag
28 april 2026

Meer Hemels Brood:
www.hemelsbrood.nl
Hemels Brood 9174
Een mens heeft op de aarde met van alles te maken. En al is het klein of groot, het heeft allemaal een bedoeling, of het nu om een boom of een mier gaat, het heeft allemaal een geestelijke betekenis in het grote geheel. Wie de betekenis wil kennen van alles wat hij op de aarde meemaakt en tegenkomt, dat wil begrijpen, die kan dat alleen leren kennen en begrijpen bij Mij, Jezus Christus, levend in hem. Wat een mens ook denkt over zijn leven, wat hij er ook wel of niet van vindt, zijn leven is door hem alleen werkelijk te kennen en te begrijpen door Mij in hem.
In ieder mens ben Ik het leven, ben Ik de liefde, ben Ik de Bron van alles wat is en wat te weten en te kennen is. Geen mens heeft kennis van wat dan ook uit zichzelf, alles wat een mens ontdekt, leert kennen, kan doen of laten, is alleen mogelijk door Mij in hem. Er zijn nogal wat mensen die denken uit zichzelf te kunnen denken, die ervan uitgaan dat wat zij ontdekt hebben, door henzelf ontdekt is, dat wat zij ontdekt hebben een verdienste van hen is en dat die ontdekking hun bezit is. Wanneer iemand iets schrijft, iets ontwikkelt, iets maakt, dan is het van hem, en hij kan dat gerechtelijk laten vastleggen, zodat niemand er zonder zijn toestemming iets mee kan aanvangen. In allerlei opzichten is bezit voor veel mensen macht en die macht willen zij graag veiligstellen.
In alle waarheid bezit niemand iets werkelijk. Alles wat is, materieel of geestelijk, is van Mij, Ben Ik, en is alleen in en uit Mij te kennen en wordt op Mijn tijd aan de mens ter beschikking gesteld. Wat ermee gedaan wordt, is in zijn vrijheid aan de mens en wordt door Mij toegestaan. Mensen kunnen van alles ontdekken, ontwikkelen, bezitten, enzovoorts, toch is alles altijd en eeuwig eerst in Mij, eerst van Mij en door Mij toegestaan, om de mens ten dienste te staan ten aanzien van het doel van de Schepping. Pas wanneer een mens in ware nederigheid beseft en begrijpt dat wat hij kan en heeft, hem uit Mij gegeven is, en dat oprecht in waarheid en onvoorwaardelijke, onbaatzuchtige liefde aanneemt, wordt het van hem. Weet daarbij dat wat mensen zich toe-eigenen, wat mensen ten koste van het welzijn van andere mensen doen of laten, alleen door Mij toegelaten wordt om wijze redenen, die te maken hebben met het doel van jullie verblijf op de aarde. Het is niet Mijn Wil dat mensen elkaar kwaad berokkenen, het gebeurt vanuit de vrijheid die Ik de mens gegeven heb.
Wat er ook ten onrechte gebeurt, hoe gemeen en kwellend het ook is, het zal door Mij altijd zodanig gekeerd worden, dat het alle mensen ten goede komt, ten aanzien van het doel van het verblijf van de mens op de aarde, zonder dat Ik daarbij de vrijheid van de mens belemmer. Want juist jullie vrijheid geeft jullie het eigen besef te bestaan, te leven. Daarom komen jullie allemaal onwetend op de aarde, terwijl het voor jullie allemaal toch mogelijk is om, juist in die vrijheid, tot de waarheid van jullie leven uit Mij te komen. Dat is, tot de waarheid van Mijn Zijn, dat is de onvoorwaardelijke, onbaatzuchtige liefde en haar volmaakte wijsheid. Ieder mens kan met die liefde, in volkomen vrijheid, tot de hoogste gelukzaligheid van het werkelijke leven komen.